" Wanneer wij erin slagen het abstracte begrip te materialiseren en aan te bieden in een bevattelijke vorm, dat wil zeggen tastbaar, dan zal hij bij machte zijn het naar waarde te schatten en er belang in te stellen. Het zintuiglijk materiaal kan vanuit hier beschouwd worden als 'gematerialiseerde abstractie." Het geeft 'kleur, afmeting,vorm, geur, geluid' op tastbare en duidelijke wijze weer; bovendien in rekensom, zodat eigenschappen kunnen worden geanalyseerd en geclassificeerd."

M.Montessori De Methode, ontdekking van het kind, blz 199.

Met de term 'materiaal' wordt in montessorionderwijs in de eerste plaats bedoeld de voorwerpen waarmee in de basisschool de kinderen nieuwe functies oefenen. Men spreekt dan van ontwikkelingsmateriaal. Voorbeelden zijn de 'roze toren' en de 'letterdoos'.

Daarnaast kent men didactische materialen waarmee het leerproces van het individuele kind  of van de kleine groep vorm gegeven wordt. Bij deze materialen gaat het zelden meer om het materiële aspect maar in de eerste plaats om de symbolische inhoud ervan, zoals die in taal of beeld is vastgelegd. Enerzijds worden er met didactische materialen leerinhouden aangeboden, anderzijds zijn er didactische materialen die voor de leerlingen opdrachten voor bewerking en verwerking formuleren. Naarmate kinderen ouder en ervarener worden, zijn deze opdrachten globaler, zodat kinderen meer eigen verantwoordelijkheid krijgen voor de vormgeving van hun leren.  

Perioden van groei vormt de basis voor de registraties van alle andere ontwikkelingsgebieden. Het geeft de leider/ster en de ouders een inzage in de groei van het kind als een persoonlijkheid, of ook wel ‘Identiteitsontwikkeling’ genoemd. 

 

Maria Montessori heeft veel aandacht besteed aan de beschrijving van deze aspecten van de ontwikkeling van het kind. Met name de  socialiteit, moraliteit, intelligentie, wil, verbeeldingskracht.

 

Daarnaast beschreef ze hoe de aandacht voor de identiteitsontwikkeling in de opvoeding op school concreet vorm moet krijgen.Deze pedagogische uitgangspunten horen bij uitstek herkenbaar te zijn in de werkwijze en in de omgang met het individuele kind.

 

Rekening houden met veranderende behoeften van kinderen betekent daardoor dat er in het montessori-onderwijs waarneembare verschillen zichtbaar zijn in de wijze waarop kinderen in de onderbouw, middenbouw en bovenbouw opgroeien.

 

De voorbereide omgeving is verschillend, de begeleiding is anders en de groepsprocessen hebben andere kenmerken.
Om aan de differentiatie van bouwen te kunnen voldoen biedt kennis over de Perioden van groei van kinderen en de daarbij horende gevoelige perioden een houvast.We onderscheiden twee perioden, n.l. de periode van schepping en de periode van verkenning en wetenschap.

Kosmische educatie geeft het kind zicht op de ontwikkeling van het leven.Het kind wordt zich bewust van zijn plaats en zijn verantwoordelijkheid voor de omgeving in de ruimste zin van het woord.

 

Daarbij is het van belang dat er een balans is tussen de levende en niet-levende natuur. KOO betekent Kosmische Opvoeding en Onderwijs.

Dit geeft de onderlinge verbondenheid aan.

Bij kosmische educatie gaat het om educatie in relatie tot de omgeving waarin de samenhang van tijd (wanneer) en ruimte (waar) wordt aangeboden en onderzocht.

 

Educatie (Latijn: educere, wegleiden uit onwetendheid, opvoeden) is een overkoepelende term die zowel vorming, onderwijs als opvoeding omvat.

Volgens Montessori is de geschreven taal een ' product van de beschaving' en de beheersing ervan een 'kunstmatige verworvenheid', waarbij het leerproces uit moet gaan van belangstelling en de ontwikkelingsfasen van het kind.

 

 Voor het schrijven en lezen betekent dit, dat de activiteiten aansluiten bij de gevoelige perioden voor zintuigelijke indrukken, motorische coördinatie  en taal verwerving. Schrijven en lezen worden geïntegreerd aangeboden, d.w.z. zij vormen een eenheid waarbij het lezen op een natuurlijke wijze uit het schrijven voortvloeit.​​

"orde en nauwkeurigheid zijn de gids voor spontaan werk"

Het werken met zintuiglijk materiaal geeft het kind een natuurlijke basis voor het denken in grootheden (dwarsverband waarneming ). Kinderen eind peuterspeelzaal en begin onderbouw doen hiermee de eerste ervaringen op vanuit het waarnemen naar vergelijken en ordenen (informeel meten). 

Tellen is het gebruiken van de ordening van de telrij. 

Getalinzicht is het kunnen ‘zien’ van een getal als een samenvoeging van eenheden, tientallen, honderd- en duizendtallen, etc. en het hebben van inzicht in het bijbehorende begrippenkader. Daarmee kent het kind de taal die nodig is om dit inzicht te verwerven en te kunnen verwoorden in wiskundetaal. Als het kind inzicht heeft kan het dit geleerde toepassen (in de directe omgeving) en integreren met andere kennis.

Het kind ontwikkelt geleidelijk inzicht in de verschillende betekenissen en functies van getallen en de relaties daartussen en leren gaande weg cijfersymbolen.

 

Het getalbegrip hoeft dus niet al in zijn geheel geïntegreerd te zijn in het denken van het kind voordat het gaat rekenen, het is ‘rekenen’. Beter gezegd: het is wiskundig denken, mathematisch redeneren en juist hierom gaat het!

 

Maria Montessori beschreef dat mathematische wetenschappen de opdracht hebben het denken van het kind te sturen en het door grondige scholing op abstracties voor te bereiden. Dit kan alleen door het kind middelen aan te reiken die de mogelijkheid bieden de wiskundige essenties te onderzoeken en het ontdekken ervan uitlokken.

Het kind ontwikkelt geleidelijk inzicht in de verschillende betekenissen en functies van getallen en de relaties daartussen en leren gaande weg cijfersymbolen. 

 

Het getalbegrip hoeft dus niet al in zijn geheel geïntegreerd te zijn in het denken van het kind voordat het gaat rekenen, het is ‘rekenen’. Beter gezegd: het is wiskundig denken, mathematisch redeneren en juist hierom gaat het!

 

Maria Montessori beschreef dat mathematische wetenschappen de opdracht hebben het denken van het kind te sturen en het door grondige scholing op abstracties voor te bereiden. Dit kan alleen door het kind middelen aan te reiken die de mogelijkheid bieden de wiskundige essenties te onderzoeken en het ontdekken ervan uitlokken.

 

De schrijfwijze is meestal nieuw en vraagt aandacht. De twee verschillende verschijningsvormen van breuken (met schuine en rechte streep) kunnen aanvankelijk verwarrend zijn, maar komen beiden voor in de getallenwereld en kunnen dus alle twee aangeboden worden. 

 

De kinderen leren structuur van breuken op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen. Bij het leren rekenen met breuken is het belangrijk dat kinderen aan de handeling die ze verrichten een formule kunnen koppelen, maar dit geldt ook andersom.De kinderen leren structuur en samenhang van breuken, decimale getallen, (procenten en verhoudingen) op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen. In de rekenliteratuur worden de termen decimale getallen en kommagetallen door elkaar gebruikt. Hetzelfde wordt bedoeld. We hebben voor de term decimale getallen gekozen, omdat dit de juiste wiskundige term is.

Bij het machtsverheffen vermenigvuldig je een getal een aantal keren met zichzelf. Het getal waarvan je de macht neemt, heet het grondtal. De exponent is het getal dat aangeeft hoeveel keren een getal, dus het grondtal, met zichzelf wordt vermenigvuldigd.

 

Je spreekt de macht van de vorm 2 tot de derde uit als 'twee-tot-de-derde-macht' of als 'twee-tot-de-macht-drie'. Van de macht 2 (met een exponent 3) is het grondtal 2 en de exponent 3.Montessori heeft allerlei ontwikkelingsmaterialen ontworpen om het herhaald optellen in de vorm van machtsverheffen en worteltrekken inzichtelijk te maken. 

Van herhaalde optellingen, kwadrateren met kralenmateriaal, het ontleden van vierkanten en kubussen en de algebraïsche notatie van formules; overal is een aparte manier met een ontwikkelingsmateriaal en een doordachte didactiek.

Een bijzonder hoofdstuk in de nalatenschap van Maria Montessori is haar werk over de geometrie. Letterlijk vertaald 'het meten van de Aarde'. 
Geometrie biedt leerkrachten de mogelijkheid om de wereld letterlijk de klas in te halen, de ogen van de kinderen te openen voor de schoonheid en esthetiek van de Aarde en het ontdekken van regelmaat en verbanden in de opbouw van de wereld. 

 

Maria Montessori loopt met haar visie op de

Psico-geometría ver voor op dat wat in haar tijd als doel werd gesteld voor rekenen in het basisonderwijs. Vanuit haar visie is rekenen en Geometrie onlosmakelijk met elkaar verbonden en dient het dan ook met elkaar worden aangeboden als de leerling eraan toe is.

 

"Ik denk dat Montessorianen anders zijn in zoverre dat wij meer werken aan het voorbereiden op het verdere leven na het basisonderwijs. Om de kinderen open te laten staan voor de wereld om zich heen (KOO) en verbanden tussen figuren te zien die later een grote waarde krijgen in hun vervolgopleiding (Smit, 2010)". 

  • LinkedIn Social Icon
  • Instagram Social Icon
  • Facebook Social Icon
Schermafbeelding 2019-11-13 om 15.06.19.

© Copyright 

De  Haagse Montessori Opleiding 

Webdesign LUX PRODUCTIONS

Niets van deze site mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieën, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar Martine Lammerts ©

Contact

Martine Lammerts

info@montessoriopleiding.com

06 - 45 626 070 

Correspondentie Adres

 

De Haagse Montessoriopleiding

Snoeklaan 139

2215 XD

Voorhout

KVK 273 279 52

NL 00165 3934 B93